Smeerwortel en de hommel
Met nog wat mooie dagen zie je bloemen ontluiken die je anders wat minder opvallen. Zo kwam ik de smeerwortel tegen die in bloei stond. Typische naam: smeer-wortel wat een verwijzing heeft naar het gebruik in vroege tijd bij botbreuken, wonden, verrekte spieren en gewrichtsontsteking dankzij het allantoïne dat de plant bevat. Smeerwortel kan met zijn diepe wortels mineralen uit de grond halen, en deze opslaan in het blad. De biologische moestuinder is er erg blij mee want het blad is een compostversneller in de compostbak en gratis plantenvoeding. In de bladeren zit het natuurlijk opgeslagen stikstof, kalium en fosfor waarmee extra meststof toevoegt wordt aan de vruchtvormende en bloeiende planten.
Smeerwortel heeft grote ruwe langwerpige bladeren maar mooie witte, blauwe of paarse bloemen en is een favoriet bij insecten, onder andere hommels. Sommige hommelsoorten bijten aan de achterkant van de bloem een gaatje om bij de nectar te komen, en nemen daardoor geen stuifmeel mee. Dit komt voor bij de hommelsoorten die korte tongen hebben en niet bij de nectar kunnen. Grappig feitje: het zijn de vrouwelijke hommels (werksters) die stuifmeel verzamelen en meenemen. Ze hebben daarvoor een plek op hun achterpoot met stijve haren, wat het stuifmeelkorfje of corbicula genoemd wordt. Ze mengen met hun voorpoten het stuifmeel tot bolletjes die ze als klompjes aan de poten plakken. Als de hommelkoninginnen in het najaar volgegeten zijn, kruipen ze weg en komen in het voorjaar weer tevoorschijn om weer een nieuw volk te stichten.

Sandra Bak namens Stichting Lingewaard Natuurlijk